logo dijkgraaf advocaten

Gerechtshof stelt student alsnog in het gelijk

Een student aan een hogeschool ondervindt de nodige problemen tijdens zijn studie. Wegens een geschil met medestudenten kan hij niet aan het groepsgebonden onderwijs deelnemen. Hij probeert zich bij een andere groep studenten te voegen, maar dit wordt door de docenten tegengehouden. Voorts vindt er een incident plaats met een medeleerling, waarin de hogeschool volgens de student niet adequaat heeft opgetreden. Daarnaast heeft de student in het kader van zijn opleiding aan een stage deelgenomen. Hoewel die stage vooraf was goedgekeurd, ontvangt de student gedurende de stage geen enkele begeleiding van de hogeschool. Als de stage is afgelopen en de student om een beoordeling vraagt, deelt de hogeschool hem mede dat zijn stage niet aan de vereisten voldeed. De student heeft hierdoor voor niets stage gelopen.

Door alle perikelen lukt het de student niet zijn propedeuse te halen. Hij krijgt een negatief bindend studieadvies en gaat hiertegen in beroep bij het College van Beroep voor de Examens. Dat beroep wordt ongegrond verklaard daar de student niet het benodigd aantal punten had. De student besluit zich hierna tot de civiele rechter te wenden. Zijn standpunt is dat de hogeschool hem weliswaar een negatief bindend studieadvies kon geven (hij had immers niet het benodigd aantal punten om verder te mogen studeren), maar dat het hem onmogelijk is gemaakt om op normale wijze aan het onderwijs deel te kunnen nemen. Volgens de student is de hogeschool toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van de verplichtingen die voortvloeien uit de tussen partijen gesloten onderwijs. Hij verlangt een compensatie van de door hem geleden schade.

De vordering wordt door de kantonrechter afgewezen. De student laat het hier niet bij zitten en gaat in hoger beroep. Het gerechtshof geeft de student alsnog gelijk en stelt vast dat de hogeschool ernstig tekort is geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten onderwijsovereenkomst. De hogeschool dient de door de student geleden schade te compenseren. Die schade ziet op:
– het betaalde collegegeld;
– het betaalde boekengeld;
– een jaar genoten studiefinanciering;
– gemis aan inkomsten gedurende de stage.

Tot slot heeft de student een bedrag aan schadevergoeding gevorderd ter compensatie van de inkomensschade die hij lijdt doordat hij een jaar studievertraging heeft opgelopen. Het gerechtshof overweegt dat het aannemelijk is dat de student enige inkomensschade lijdt als gevolg van de studievertraging. Aangezien tussen partijen de discussie over de hoogte van de inkomensschade nog onvoldoende heeft plaatsgevonden, wordt de student in de gelegenheid gesteld zijn vordering bij akte nader te concretiseren en onderbouwen. De hogeschool mag hier vervolgens op reageren, waarna het gerechtshof ook op dit laatste punt zal beslissen.

Bron: Gerechtshof Den Haag 17 februari 2015