logo dijkgraaf advocaten

Geen aanpassing correctievoorschrift bij persoonlijke omstandigheden

Een studente wil zich inschrijven voor een opleiding aan de Haagse Hogeschool. Omdat zij niet aan de vooropleidingseisen voldoet, dient zij op grond van artikel 7.29 WHW een toelatingsonderzoek af te leggen. Dit onderzoek bestaat onder meer uit het onderdeel Nederlands. Voor dat vak dient de studente een aantal meerkeuzevragen te maken en een tekst samen te vatten in maximaal 230 woorden.  Vanwege persoonlijke omstandigheden (de studente is bekend met PTSS) is de studente niet geconcentreerd. Zij leest in plaats van 230 woorden 320 woorden en gebruikt daardoor teveel woorden in de samenvatting. Dit leidt tot een maximale puntenaftrek, waardoor het onderdeel Nederlands niet met een voldoende wordt afgelegd. Het gevolg hiervan is dat zij niet tot de opleiding wordt toegelaten en een jaar lang niet aan het onderwijs kan deelnemen.

De studente kan zich hier niet mee verenigen. Zij heeft bijna alle meerkeuzevragen goed gemaakt en zonder de aftrek had zij het onderdeel Nederlands ruimschoots behaald. De studente doet een beroep op persoonlijke omstandigheden en meent dat de hogeschool rekening had moeten houden met het feit dat zij vanwege haar persoonlijke omstandigheden (die zijn bevestigd door een medisch specialist) niet geconcentreerd was.

Het CBHO komt tot het oordeel dat de persoonlijke omstandigheden geen aanleiding vormen voor een versoepeling van het correctievoorschrift. Voorts is het correctievoorschrift (het in mindering brengen van 16 punten) niet zo onredelijk is dat het toegepaste voorschrift niet had mogen worden toegepast. Het beroep is ongegrond.

Bron: CBHO 4 maart 2015, nummer 2014/283