logo dijkgraaf advocaten

Rechtsbescherming

Rechtspositie

De rechtspositie van studenten en extranëi wordt voor een groot deel ontleend aan de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (de WHW). De WHW schrijft voor dat onderwijsinstellingen de rechtspositie van studenten nader in hun eigen regelingen uitwerken. Het algemene deel van de rechten en plichten van studenten wordt vastgelegd in het studentenstatuut. Daarnaast dient de onderwijsinstelling voor elke opleiding een onderwijs- en examenregeling (de OER) vast te stellen. Zij hebben een zekere mate van vrijheid deze regelingen naar eigen inzicht in te vullen. Wel is het zo dat de wet voorschrijft dat (in bijna alle gevallen) de medezeggenschapsraad met de vaststelling en wijziging van deze regelingen moet instemmen.

De bevoegde organen

Een besluit dat door de onderwijsinstelling wordt genomen, dient op de hiervoor genoemde wet- en regelgeving te berusten. Afhankelijk van de aard van het besluit kan het afkomstig zijn van het College van Bestuur of de examencommissie van de opleiding.

Het College van Bestuur is bevoegd ter zake van besluiten omtrent de toelating en verwijdering van studenten. Het studentenstatuut en de OER worden door het College van Bestuur vastgesteld.

De examencommissie oordeelt over het “kennen en kunnen” van een student. Zij dient aan de hand van de OER vast te stellen of een student voldoet aan de eisen en voorwaarden die de OER stelt ten aanzien van kennis, inzicht en vaardigheden, voor zover die nodig zijn voor het verkrijgen van een graad. Het is de examencommissie die vaststelt of de student de tentamens alsmede het afsluitend examen met goed gevolg heeft afgelegd. Is dat het geval, dan zal de examencommissie tot afgifte van een getuigschrift overgaan.

Rechtsbescherming

Als door het College van Bestuur of de examencommissie een besluit wordt genomen waarmee de student zich niet kan verenigen, dan kan daartegen in rechte worden opgekomen.

Tegen besluiten van het College van Bestuur kan bezwaar worden gemaakt. Het College van Bestuur zal dan, alvorens tot een heroverweging te komen, een advies aan de geschillenadviescommissie vragen. Dit is een commissie die bestaat uit leden die functioneel onafhankelijk van de onderwijsinstelling zijn. Een advies van de geschillenadviescommissie is niet bindend en hoeft niet te worden opgevolgd. Het College van Bestuur zal, al dan niet met inachtneming van het advies, een beslissing op bezwaar nemen. Tegen deze beslissing staat beroep open bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs (het CBHO).

Tegen besluiten van de examencommissie staat beroep open bij het College van Beroep voor de Examens (het CBE, ook wel Cobex genoemd). Het CBE bestaat eveneens uit functioneel onafhankelijke leden. Het CBE zal uitspraak doen op het beroep van de student en die uitspraak is geldend voor de examencommissie. Als een student het niet eens is met een uitspraak van het CBE, kan beroep worden ingesteld bij het CBHO. Die rechtsgang staat niet open voor de examencommissie.

Het CBHO is het hoogste rechtscollege voor het hoger onderwijs en zetelt te Den Haag. De procedure bij het CBHO is gebaseerd op de Algemene wet bestuursrecht (de Awb). Tegen uitspraken van het CBHO is géén beroep mogelijk. Het is dus de laatste instantie waar je als student  terecht kunt. Naast de gang naar het CBHO staat voor de student de civielrechtelijke rechtsgang open. Indien de student daar de voorkeur aan geeft, kan een vordering ook aan de rechtbank worden voorgelegd. Er zal per situatie moeten worden afgewogen welke rechtsgang het best gevolgd kan worden.

Toegankelijke faciliteit

Indien de student bezwaar wil maken of beroep wenst in te stellen, dient het juiste orgaan te worden aangeschreven. Het is niet in alle gevallen direct duidelijk tot welk orgaan de student zich moet wenden. Op grond van de wet (artikel 7.59a WHW) dient de onderwijsinstelling een toegankelijke en eenduidige faciliteit in te richten waar de student terecht kan. Deze faciliteit wordt bijvoorbeeld Loket Rechtsbescherming Studenten of Loket Beroep, Bezwaar of Klacht (Loket BBK) genoemd. Dit loket dient het bezwaar of beroep van de student naar het juiste orgaan door te zenden. Die doorzendplicht geldt overigens ook indien de student het verkeerde orgaan aanschrijft. Desalniettemin is het bij twijfel raadzaam deze faciliteit aan te schrijven. De contactgegevens zijn vaak terug te vinden in de OER of het studentenstatuut.