logo dijkgraaf advocaten

Student kan Iudicium Abeundi aanvechten bij civiele rechter

Een student geneeskunde krijgt een Iudicium Abeuni, omdat hij volgens de universiteit waaraan hij studeert niet geschikt is voor de opleiding. Ten gevolge van het Iudicium Abeundi wordt de student uitgeschreven en kan hij zijn opleiding geneeskunde niet meer aan de universiteit voortzetten. Voorts staat het Iudicium Abeundi in de weg aan het voortzetten van de opleiding aan een andere universiteit.

De student gaat tegen het besluit tot het opleggen van het Iudicium Abeundi in bezwaar bij het College van Bestuur van de universiteit. Het College van Bestuur laat zich adviseren door een geschillenadviescommissie alvorens een besluit op bezwaar te nemen. Omdat de student er weinig vertrouwen in heeft dat deze procedure ertoe zal leiden dat hij zijn opleiding kan hervatten, besluit hij naar de rechter te stappen. Hoewel op grond van de WHW het CBHO bij uitsluiting bevoegd lijkt, wenst de student zijn zaak voor te leggen aan de civiele rechter. De student legt onrechtmatig handelen aan zijn vordering ten grondslag en vraagt op een voorschot op een schadevergoeding.

De gemachtigde van de universiteit voert aan dat de student niet in zijn vordering kan worden ontvangen. Hij had eerst de procedure bij de geschillenadviescommissie moeten doorlopen. Voor zover er een gang naar de rechter openstond, had hij zich volgens de universiteit tot het CBHO moeten wenden.

De kantonrechter volgt het standpunt van de universiteit niet en acht zich bevoegd van de vordering van de student kennis te nemen. De kantonrechter acht het aannemelijk dat de student zich schuldig heeft gemaakt aan de hem verweten gedragingen en wijst de vordering af. De uitspraak is desalniettemin interessant nu duidelijk is dat de student zich hangende een bezwaarprocedure tot zowel de civiele rechter als het CBHO kan wenden voor een (al dan niet voorlopig) oordeel.

Bron: Rechtbank Den Haag 13 augustus 2014, Team kanton Leiden/Gouda, Locatie Leiden (niet gepubliceerd)