logo dijkgraaf advocaten

Studiekeuzecheck minder vrijblijvend dan gedacht

Sinds dit studiejaar kan een onderwijsinstelling de aankomend student verplichten deel te nemen aan studiekeuzeactiviteiten (de zogenoemde studiekeuzecheck). De studiekeuzecheck helpt de student te bepalen of de gekozen studie bij hem past. Deelname aan de studiekeuzecheck kan een voorwaarde zijn voor toelating tot de opleiding. De bepaling die op de studiekeuzecheck ziet (artikel 7.31b WHW) strekt echter niet zo ver dat inschrijving bij een negatieve uitkomst niet mogelijk is. De student zal zelf moeten bepalen of hij zich wel of niet voor de opleiding inschrijft.

Een (aankomend) student wilde zich inschrijven voor een opleiding aan Hogeschool Inholland. Voor die opleiding geldt dat een studiekeuzecheck moet worden afgelegd. De student was voornemens hieraan deel te nemen. Toen hij een uitnodiging voor de studiekeuzecheck kreeg, was hem niet duidelijk dat hij daarvoor zelf datum moest kiezen. Zodoende heeft hij de uiterste datum waarop de studiekeuzecheck moet plaatsvinden laten verstrijken.

De student dient vervolgens een verzoek in om een nieuwe gelegenheid te krijgen voor deelname aan de studiekeuzecheck. Er is namelijk een extra mogelijkheid op 31 augustus 2014 voor studenten die wegens omstandigheden niet eerder aan de studiekeuzecheck hebben kunnen deelnemen. Dit verzoek wordt afgewezen nu de student volgens het bevoegd gezag van de opleiding in het reguliere tijdvak aan de studiekeuzecheck had kunnen deelnemen. De student kan zich hier niet mee verenigen en vanwege de korte termijn waarop de extra mogelijkheid plaatsvindt hij het CBHO een voorlopige voorziening te treffen.

Het CBHO wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Volgens het CBHO komt het voor rekening van de student dat hij zonder geldige redenen niet deel heeft genomen aan de studiekeuzeactiviteiten. Dat de consequentie hiervan is dat de student zich niet kan inschrijven (wat ontegenzeggelijk voor hem een jaar studievertraging met zich meebrengt), laat het CBHO voor zijn rekening. Volgens het CBHO is er geen sprake van een ‘onbillijkheid van overwegende aard’.

Het moge duidelijk zijn dat het karakter van de studiekeuzecheck minder vrijblijvend is dan de student dacht. Indien de student verzuimt aan de studiekeuzeactiviteiten deel te nemen, kan dit hem duur komen te staan.

Bron: CBHO 20 augustus 2014, nummer 2014/163.1 (nog niet gepubliceerd)